Vroeger, toen ik een jaar of 40 was en mijn kinderen letterlijk in de bloei van hun leven mocht zien opgroeien;
Vroeger, toen ik nog in een groot huis woonde in een mooie wijk van Den Haag; er twee auto’s voor de deur stonden en we 3 keer per jaar op vakantie gingen;
Vroeger, toen ik niet hoefde na te denken of ik het wel kon betalen wanneer ik een nieuwe wasmachine nodig had, of dat ik wellicht een tijdje, net zoals mijn oma dat deed, met de hand zou moeten wassen;
Vroeger vond ik dat allemaal heel vanzelfsprekend.

Als kind vond het ook vanzelfsprekend dat mijn oma nog een wringer op het balkon had staan, waar ze haar wasgoed door droog ‘wrong’en dat ze geen electrische wasdroger had.
Als kind vond ik het ook vanzelfsprekend dat ik naar school ging en later naar de universiteit en dat ik niet, zoals mijn oma, alleen lagere school mocht doen omdat je als oudste in een groot gezin thuis moet blijven om voor de kinderen te zorgen.
Als kind vond ik het ook vanzelfsprekend, dat ik lid was van een tennisclub en een toneel vereniging;
dat ik een goede fiets had en mijn vader en moeder een auto, en dat wij ook op vakantie gingen.

“Later zie je dat anders”, zei mijn oma wel eens en ik kon me ergeren wanneer ze dat deed.
“Wacht maar tot je zo oud bent als ik.”

Ik werd daar kwaad over. Ik hoefde de dingen niet anders te zien! Het was mijn goed recht om gelukkig te zijn, vond ik. Ik vond mijn oma eigenlijk maar een beetje sacherijnig. Wat zeurde ze nou? Ze had toch ook een dak van een mooi huis boven haar hoofd? Haar kinderen waren toch allemaal goed terecht waren gekomen? Een pijntje hier en een auwtje daar zo nu en dan; een verbroken relatie in de familie op z’n tijd, maar dat soort dingen gebeuren. Waar had mijn oma het nou helemaal over!

En dan komt dat moment, die levensfase waarin je als je moeder of je oma begint te klinken en tegen je kinderen zegt:

Vroeger vond ik mijn geluk vanzelfspekend; tegenwoordig mag ik er voor kiezen.

Onvermijdelijk komt in elk leven, bij sommigen vroeg, bij anderen laat, dat besef dat geluk helemaal niet zo vanzelfsprekend is;
sterker nog dat het geluksgevoel je ontglipt wanneer je het als vanzelfsprekend blijft aannemen.

Als kind kende ik de verhalen van mijn oma, die in de hongerwinter op een fiets zonder banden vanuit Leiden naar Drente fietste om eten te halen.
Ze werd ermee geplaagd dat ze 9 maanden later beviel van een gezonde dochter.
“Zeker van de marechaussee die je hielp bij het oversteken van de rivier?” werd er dan ‘grappend’ geroepen.
Geen idee hadden we, van het levensverhaal, van het afzien en drama wat er achter zat.
Als ze het niet had gedaan was het gezin misschien wel verhongerd en was ik niet eens geboren. Die erkenning voor wat ze heeft gepresteerd heeft ze van haar kinderen en kleinkinderen echter nooit gekregen.

Maar eens ga je het anders zien. zei ze en ze kreeg gelijk.
Op een dag werd ik wakker en snapte dat het mijn eigen verantwoordlijkheid is om iets moois van mijn dag te maken. Ik snapte dat het van mij afhangt hoe die dag verloopt en hoe ik er aan eind van die dag op terug kan kijken.
Ik snapt nu ook, dat het genoeg is om daar van jezelf erkenning voor te krijgen. omdat je er zelf voor gekozen hebt en het niet als ‘iets normaals’ hebt geaccepteerd.
“Duurzame vanzelfsprekendheid” is dat, een groot goed.